753231 Raadsinformatiebrief herstructurering Lening ivm jaarrekening 2025
Aan de leden van de gemeenteraad
Het college informeert uw raad over de waardering van de lening van €18 miljoen aan Willemsoord BV (WObv) in de jaarrekening 2025. Aanleiding hiervoor is dat deze lening onderwerp is van gesprek met de controlerend accountant. Daarbij speelt de vraag hoe deze lening financieel moet worden beoordeeld en verwerkt. Dit raakt direct aan de financiële positie van de gemeente, maar ook aan de manier waarop de gemeente haar rol in de gebiedsontwikkeling van Willemsoord invult. Omdat dit dossier zowel financiële als bestuurlijke afwegingen bevat, acht het college het van belang uw raad hierover expliciet te informeren.
Kern van de kwestie
De gemeente heeft in 2023 een lening van €18 miljoen verstrekt aan Willemsoord BV, een 100% gemeentelijke deelneming. Deze lening is gebruikt voor de herfinanciering van bestaande schulden. Sindsdien is duidelijk geworden dat de financiële positie van WObv zodanig is dat aflossing van de lening niet vanzelfsprekend is. Concreet betekent dit dat:
- WObv momenteel onvoldoende kasstromen genereert om af te lossen;
- Aflossing op korte termijn vanuit de exploitatie niet te verwachten is;
- de lening in de praktijk mede functioneert als instrument binnen de gebiedsontwikkeling.
Daarnaast onderkent de gemeente dat de organisatorische ontwikkeling van WObv, waaronder mogelijke integratie van erfgoedactiviteiten, extra aandacht vraagt voor transparantie en een duidelijke toerekening van middelen. Dit alles maakt dat er sprake is van een financieel risico dat niet via de reguliere bedrijfsvoering van WObv wordt afgedekt.
Bestuurlijke afweging
Tegenover dit risico staat dat de gemeente een bijzondere positie inneemt:
- de gemeente is volledig eigenaar van zowel het vastgoed als de onderneming;
- de gemeente heeft directe invloed op exploitatie, subsidies en de organisatorische inrichting;
- de gemeente kan voorwaarden voor terugbetaling aanpassen.
Daarmee is de vraag hoe deze lening moet worden beoordeeld niet alleen financieel van aard, maar nadrukkelijk ook bestuurlijk. De kernvraag is of deze lening primair moet worden gezien als een terug te vorderen krediet, of (deels) als een structurele publieke investering in de gebiedsontwikkeling van Willemsoord.
Standpunt college
Het college kiest er – mede in het licht van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) – voor om in de jaarrekening 2025:
- de lening te handhaven tegen nominale waarde;
- geen voorziening te treffen.
Het college motiveert dit als volgt:
- een eventueel definitief verlies kan op dit moment niet objectief worden vastgesteld;
- de mate van terugbetaling is in belangrijke mate afhankelijk van nog te maken bestuurlijke keuzes over de toekomst van Willemsoord.
Risico’s en spanning met accountant
- De controlerend accountant hanteert een striktere interpretatie van het voorzichtigheidsbeginsel en stelt daarbij met name de volgende vragen:
- hoe realistisch is terugbetaling van de lening;
- komt het bijbehorende risico voldoende tot uitdrukking in de cijfers?
Hier ontstaat een duidelijk spanningsveld tussen:
- een financieel-technische benadering, waarin de afloscapaciteit beperkt is;
- een bestuurlijke benadering, waarin de gemeente zelf in hoge mate invloed heeft op de uitkomst.
Het college onderkent dit spanningsveld en kiest ervoor om transparant te zijn over de onzekerheden, zonder op dit moment over te gaan tot een (mogelijke) voortijdige afwaardering.
Vooruitblik: herstructurering 2026
Voor 2026 wordt gewerkt aan een fundamentele herijking van de organisatie en financiering van Willemsoord. Daarbij worden onder andere de volgende opties onderzocht:
- een mogelijke splitsing tussen publieke en commerciële activiteiten;
- herverdeling van vastgoed en kasstromen;
- mogelijke (gedeeltelijke) omzetting van de lening naar eigen vermogen.
Met deze herstructurering wordt expliciet een bestuurlijke en politieke keuze voorbereid over de vraag in hoeverre de lening van €18 miljoen moet worden terugverdiend, dan wel als structureel publiek kapitaal moet worden beschouwd.
Den Helder, 21 april 2026.
Met vriendelijke groet,
Burgemeester en Wethouders van Den Helder,
J.A. (Jan) de Boer MSc. burgemeester
K. (Koen) van Veen secretaris